Lieve wijnvrienden,
Zet je neusgaten op scherp en je smaakpapillen in de hoogste versnelling, want we gaan op reis naar het mysterieuze Georgië: de bakermat van de wijn! Ja, echt waar. Toen de Fransen nog met dolken aan hun druiventrossen hingen, waren de Georgiërs al duizenden jaren bezig met wijn maken. Niet met roestvrijstalen tanks en laboratoriumprecisie, maar met qvevri; gigantische aardewerken amforen die ze in de grond stoppen. Geen flauwekul, gewoon puur natuur.
Wijnen uit Georgië zijn geen doorsnee slobberwijntjes. Nee, dit zijn karakterwijnen, met ballen! Denk aan amberkleurige witte wijnen die zo’n tannineshot geven dat je tong zich afvraagt wat ‘ie verkeerd heeft gedaan. Of rode krachtpatsers van de Saperavi druif, diepdonker als middernacht en zo aards dat je spontaan je schoenen uittrekt.
En die namen, mijn hemel! Rkatsiteli, Mtsvane, Kindzmarauli, alsof je een Kaukasische toverspreuk prevelt. Maar vergis je niet: achter die tongbrekers schuilt magie. Natuurlijke gisting, minimale interventie, en altijd een vleugje mystiek.
Wil je indruk maken op je schoonouders of de wijnsnob van de buurtborrel omverblazen? Zet dan een flesje wijn uit Georgië op tafel. Vertel erbij dat je niet zomaar wijn drinkt, maar vloeibare geschiedenis. 8000 jaar vakmanschap in één glas, dat is toch andere koek dan je gemiddelde Pinot Grigio van de Appie.
Dus, laat de Bordeaux even in het rek staan, sla die Rioja over en geef je over aan de charme van de wijnen uit Georgië. Eén slok en je weet: deze druiven hebben iets meegemaakt.
Ga dat proeven!